Dit habitattype is grondwaterafhankelijk
Grote zeggenvegetaties van Scherpe zegge en Oeverzegge zijn verlandingsgemeenschappen in meso- tot eutroof, zoet tot zwak brak stilstaand of traagstromend water, vooral op neutrale minerale grond, met name op leem of klei, maar ook op veen. De gemeenschappen zijn van oorsprong rivier- of beekbegeleidend, maar komen secundair ook in laagveengebieden voor. Ze is gebonden aan standplaatsen met voortdurend hoge grondwaterstanden, waar veelal overstromingen met voedselrijk beekwater optreden. De grondwaterstanden kunnen sterk fluctueren, maar niet zeer diep onder het maaiveld wegzakken. Vaak staat het water lange tijd boven het maaiveld (overstroming). Op (kwel)plaatsen waar regenwater aan de oppervlakte kan stagneren kunnen plaatselijk soorten van het mesotrofe Zwarte zegge-Verbond voorkomen.
Het maaiveld mag niet het volledige jaar onder water staan; de vegetatie moet op z’n minst periodiek droogvallen (De Wilde et al. 1999). Voor het (dominant) optreden van Scherpe zegge zijn langdurige inundaties (gemiddeld 5 maanden/jaar) een voorwaarde (Grootjans 1986). Deze vegetaties kunnen meerdere weken overstroming in de zomer (groeiseizoen) verdragen indien ze niet volledig ondergedompeld zijn (Aubroeck et al. 1998).