Over Renature Brussel Contact
nl
Een initiatief vanLeefmilieu Brussel

Beheer grote zeggenvegetaties (habitat HGB MC)

Grote zeggenvegetaties zijn dichte, laagblijvende en eerder soortenarme gemeenschappen, gedomineerd door één of meerdere grote zeggensoorten.

Afbeelding van scherpe zegge (carex acuta)

De habitat van gewestelijk belang in het kort

Grote zeggenvegetaties zijn dichte, laagblijvende en eerder soortenarme gemeenschappen, gedomineerd door één of meerdere grote zeggensoorten. Meestal betreft het scherpe zegge, moeraszegge of oeverzegge

Technische info

Doelgroep Overheidinstanties - Professionals
Seizoen Herfst - Winter - Lente - Zomer
Type actie Onderhouden - Beschermen - Diagnosticeren
Betrokken ruimte Natura 2000 - Groene ruimte
Niveau Ervaren  

Observeren, determineren, ontdekken

Officiële titel

Grote Zeggenvegetaties

Code

  • HGB MC

Beschrijving

Grote zeggenvegetaties komen zowel voor op leem- of kleibodems, als op veenpakketten. Het zijn veelal vrij gesloten tot gesloten gemeenschappen, met een hoge kruidlaag die tot meer dan 2 m hoog kan worden, maar soms ook niet hoger wordt dan enkele tientallen centimeters.

Relatief grote schommelingen in de waterstand kunnen plaatsvinden, maar de grondwatertafel zakt in de zomer nooit meer dan enkele tientallen centimeters onder het maaiveld. Er is eveneens een langdurige overstroming nodig om het vegetatietype in stand te houden. Het voorkomen van grote zeggenvegetaties is bijgevolg beperkt tot beek- en riviervalleien. Soms komen ze voor als linten langs sloten en plassen met eutroof, zoet tot zwak brak water maar meestal betreft het vlakdekkende moerassituaties. Grote zeggenvegetaties zijn hoogproductief en vaak is er dan ook een dikke strooisellaag aanwezig. Dat is ook het leefgebied van de Zeggekorfslak.

De gemeenschappen vormen vaak smalle gordels langs rivieroevers, maar langs oude rivierlopen en in benedenstroomse delen van beekdalen kunnen ze veel breder zijn en tamelijk homogene velden van hoog opschietende zeggenplanten vormen. De in stand houding van deze vegetaties hangt af van actief beheer; zonder gaan zij over in moerasstruweel of broekbos.

Moeraszegge (Carex acutiformis)
Moeraszegge (Carex acutiformis) © Hans Boll (Saxifraga)

Raadpleeg de kaart met de habitats van gewestelijk belang

Milieukenmerken

Hydrologie

Dit habitattype is grondwaterafhankelijk

Grote zeggenvegetaties van Scherpe zegge en Oeverzegge zijn verlandingsgemeenschappen in meso- tot eutroof, zoet tot zwak brak stilstaand of traagstromend water, vooral op neutrale minerale grond, met name op leem of klei, maar ook op veen. De gemeenschappen zijn van oorsprong rivier- of beekbegeleidend, maar komen secundair ook in laagveengebieden voor. Ze is gebonden aan standplaatsen met voortdurend hoge grondwaterstanden, waar veelal overstromingen met voedselrijk beekwater optreden. De grondwaterstanden kunnen sterk fluctueren, maar niet zeer diep onder het maaiveld wegzakken. Vaak staat het water lange tijd boven het maaiveld (overstroming). Op (kwel)plaatsen waar regenwater aan de oppervlakte kan stagneren kunnen plaatselijk soorten van het mesotrofe Zwarte zegge-Verbond voorkomen.

Het maaiveld mag niet het volledige jaar onder water staan; de vegetatie moet op z’n minst periodiek droogvallen (De Wilde et al. 1999). Voor het (dominant) optreden van Scherpe zegge zijn langdurige inundaties (gemiddeld 5 maanden/jaar) een voorwaarde (Grootjans 1986). Deze vegetaties kunnen meerdere weken overstroming in de zomer (groeiseizoen) verdragen indien ze niet volledig ondergedompeld zijn (Aubroeck et al. 1998).

Relaties

Flora

Sleutelsoorten

Heeft als kwaliteitsindicerende soorten: 

  • scherpe zegge (Carex acuta)
  • moeraszegge (Carex acutiformis)
  • stijve zegge (Carex elata)
  • pluimzegge (Carex paniculata)
  • hoge cyperzegge (Carex pseudocyperus)
  • oeverzegge (Carex riparia)
  • blaaszegge (Carex vesicaria)
  • tweerijige zegge (Carex disticha)
  • snavelzegge (Carex rostrata)
  • slangenwortel (Calla palustris)
  • waterscheerling (Cicuta virosa)
  • moeraswederik (Lysimachia thyrsiflora)
  • grote wederik (Lysimachia vulgaris)
  • melkeppe (Peucedanum palustre)
  • moerasbeemdgras (Poa palustris)
  • blauw glidkruid (Scutellaria galericulata)
  • moeraskruiskruid (Senecio paludosus)
  • moerasandoorn (Stachys palustris)

Soorten die verstoring aanwijzen

Heeft als soorten die verstoring (vergrassing) aanwijzen: 

  • fioringras (Agrostis stolonifera)
  • glanshaver (Arrhenatherum elatius)
  • hennegras (Calamagrostis canescens)
  • gewoon struisriet (Calamagrostis epigejos)
  • kropaar (Dactylis glomerata)
  • ruwe smele (Deschampsia cespitosa)
  • kweek (Elymus repens)
  • rietzwenkgras (Festuca arundinacea)
  • gestreepte witbol (Holcus lanatus)
  • gewoon timoteegras (Phleum pratense)
  • ruw beemdgras (Poa trivialis)

Heeft als soorten die verstoring (verbossing) aanwijzen: 

  • bedekking van bomen en struiken > 1m (excl. bramen en eventueel gewenste opslag).

Heeft als soorten die verstoring (verruiging) aanwijzen: 

  • gewone engelwortel (Angelica sylvestris)
  • haagwinde (Calystegia sepium)
  • akkerdistel (Cirsium arvense)
  • moesdistel (Cirsium oleraceum)
  • kale jonker (Cirsium palustre)
  • speerdistel (Cirsium vulgare)
  • harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum)
  • koninginnenkruid (Eupatorium cannabinum)
  • moerasspirea (Filipendula ulmaria)
  • kleefkruid (Galium aparine)
  • grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
  • braam (Rubus)
  • gewone melkdistel (Sonchus oleraceus)
  • gewone smeerwortel (Symphytum officinale)

Heeft als soorten die verstoring (eutrofiëring) aanwijzen: 

  • ganzenvoet (Chenopodium)
  • harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum)
  • gewone hennepnetel (Galeopsis tetrahit)
  • kleefkruid (Galium aparine)
  • vlotgras (Glyceria)
  • pitrus (Juncus effusus)
  • eendekroos (Lemna)
  • rietgras (Phalaris arundinacea)
  • kruipende boterbloem (Ranunculus repens)
  • blaartrekkende boterbloem (Ranunculus sceleratus)
  • gele waterkers (Rorippa amphibia)
  • bitterzoet (Solanum dulcamara)
  • grote lisdodde (Typha latifolia)
  • grote brandnetel (Urtica dioica).

Heeft als invasieve exoten: 

  • hemelboom (Ailanthus altissima)
  • grote engelwortel (Angelica archangelica)
  • aster (Aster)
  • vlinderstruik (Buddleja)
  • schijnaardbei (Duchesnea indica)
  • Japanse duizendknoop (Fallopia japonica)
  • Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis)
  • Japanse x Sachalinse duizendknoop (Fallopia x bohemica)
  • aardpeer (Helianthus tuberosus)
  • reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum)
  • reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera)
  • bonte gele dovenetel (Lamium galeobdolon subsp. argentatum)
  • moerasaronskelk (Lysichiton americanus)
  • Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)
  • Amerikaanse eik (Quercus rubra)
  • Pontische rododendron (Rhododendron ponticum)
  • robinia (Robinia pseudoacacia)
  • Canadese guldenroede (Solidago canadensis)
  • late guldenroede (Solidago gigantea)
  • witte spirea (Spiraea alba)
  • douglaspluimspirea (Spiraea douglasii).

Natura 2000-doelhabitat

Kwantitatieve en kwalitatieve instandhoudingsdoelstellingen worden vastgesteld voor elk habitattype van communautaire of gewestelijk belang die aanwezig zijn in de Natura 2000-gebieden van het Brussels Gewest. 

Onderaan deze pagina kan u de aanwijzingsbesluiten van de drie Brusselse Speciale Beschermingszones raadplegen.

SBZ I : Zoniënwoud en vallei van de Woluwe

Kwantitatieve doelstellingen

  • Ten minste behoud van de bestaande oppervlakte.
  • Gebruikmaken van de uitbreidingskansen bij ecologische inrichtingen tussen de land- en waterbiotopen.

Kwalitatieve doelstellingen

  • Ten minste het behoud van de kwalitatieve staat van instandhouding.
  • Integratie van deze habitat in een netwerk van graslandhabitats die de verspreiding van sleutelsoorten zoals Carex acuta, Carex riparia alsook de verspreiding van de hiermee gepaard gaande fauna mogelijk maakt.

Algemene Natura 2000 maatregelen voor deze habitat

Afbeelding van oeverzegge (Carex riparia)
Oeverzegge (Carex riparia) © Jan van der Straaten (Saxifraga)

Algemene maatregelen worden vastgesteld voor elk habitattype van communautaire of gewestelijk belang die aanwezig zijn in de Natura 2000-gebieden van het Brussels Gewest. Deze maatregelen worden verder toegelicht in de beheerplannen van de individuele deelgebieden.

    • Toepassen van een verschralend maaibeheer.
    • Opvangen en laten insijpelen van regen- en bronwater van goede kwaliteit.
    • Afvoeren van afvalwater via de riolen, of plaatselijk zuiveren ervan.
    • Ecologisch herstellen van waterlopen, waterpartijen, bron- en kwelzones.
    • Opheffen van de bronnen van eutrofiëring.

    Beheer grote zeggenvegetaties

    Onderhoudsbeheer

    Zonder menselijk ingrijpen zullen deze gemeenschappen na verloop van tijd evolueren naar moerasstruweel en broekbos, meestal via een ruigtestadium. Slechts aan oevers van rivieren en beken, en in rivierarmen die af en toe doorstroomd worden, komen omstandigheden voor waaronder de gemeenschappen pleksgewijs een natuurlijk eindstadium van de successie vormen.

    Elders blijven ze het best in stand indien ze in de herfst gemaaid worden, eventueel niet jaarlijks maar elke twee of drie jaar. Zo werden ze vroeger beheerd; het maaisel werd als strooisel gebruikt. Bij jaarlijks maaien in de zomer, zal zich in de meeste gevallen een hooilandvegetatie ontwikkelen zoals bijvoorbeeld het Dotterbloemhooiland.

    Criteria van gunstige staat van de habitat

    Vegetatieopbouw

    • De kwaliteitsindicerende soorten hebben samen een bedekking van ≥ 60 %.

    Verstoringskenmerken

    • Zones met dominantie van verruigingsindicatoren nemen een oppervlakteaandeel in ≤ grenswaarde:
      - Vergrassing neemt een oppervlakteaandeel in van maximaal 10%.
      - Verbossing neemt een oppervlakteaandeel in van maximaal 10%.
      - Verruiging neemt een oppervlakteaandeel in van maximaal 30%.
      - Eutrofiëring neemt een oppervlakteaandeel in van maximaal 30%.
    • Invasieve exoten zijn afwezig.
    Afbeelding van scherpe zegge (carex acuta)
    Scherpe zegge (Carex acuta) © Hans Boll, Saxifraga

    Partners

    Deze pagina werd mogelijk gemaakt dankzij de content van Ecopedia

    Deze pagina werd mogelijk gemaakt door de financiële steun van het LIFE-programma van de EU in het kader van het LIFE Belgium for Biodiversity project (LIFE B4B).

    Lees meer