Ijsvogel Alcedo atthis
Ontdek deze felgekleurde kleine vogel in het Brussels Gewest.

Belangrijkste kenmerken
Strikte bescherming op het hele gewestelijke grondgebied (Bijlage II.2.1, Natuurordonnantie) ; Natura 2000-soort (Bijlage II.1.1, Natuurordonnantie)
Observeren, determineren, ontdekken
De kop is gevlekt, de rug en vleugels zijn helderblauw en onderaan is hij rossig met uitzondering van de keel die crèmekleurig is. Zijn verenkleed is glanzend. Hij heeft een kort, gedrongen lichaam, een afgeplatte kop, een lange, dolkvormige snavel en een zeer korte staart. Hij vliegt heel snel, wat hem de bijnaam ‘de blauwe pijl’ opleverde.
De ijsvogel is moeilijk waar te nemen en wordt vaak alleen gespot als een blauwe pijl die met hoge snelheid over het water vliegt.
Raadpleeg de kaart met de Natura 2000-soorten
Biologische cyclus
- Zichtbaar: januari tot december
- Voortplanting: maart tot juli
De ijsvogel legt zijn eieren in een hol dat hij graaft in steile, losse hellingen zoals de oevers van waterlopen of rustig water.
Het paartje kan een bestaande tunnel gebruiken of een nieuwe graven, hoog genoeg in de oever om overstromingen te voorkomen. De vogels graven met hun snavel en verwijderen de aarde met hun pootjes.
Het vrouwtje legt 6 tot 7 eieren. De ouders broeden om de beurt de eieren uit gedurende 3 weken en zorgen dan vier weken voor de kuikens.
Zodra de jongen bijna klaar zijn om te vertrekken en als de omstandigheden gunstig zijn, kan de vogel een ander hol graven voor een volgend broedsel.
De jongen worden nog een paar dagen gevoed en dan uit het territorium verdreven.
Il vit donc à proximité des étendues d'eau où il trouve sa nourriture en abondance.
Il chasse à l'affût depuis un perchoir ; une fois sa proie repérée, il plonge, l'attrape puis l'avale d'un coup, tête la première dans le sens des écailles. Si elle n'est pas dans le bon sens, il la lance en l'air et la rattrape dans le bons sens.
Rol in het ecosysteem
De ijsvogel voedt zich met kleine vissen en waterdieren (waterinsecten, schaaldieren en amfibieën).
Het hol wordt gegraven in een losse helling of oever, kan 1 m diep zijn en wordt gebouwd met een licht oplopende hellingsgraad om overstromingen te voorkomen.
Met watermassa's met steile natuurlijke oevers waarin vis leeft.
Beheren en onthalen
De soort wordt beschouwd als een bio-indicator omwille van zijn gevoeligheid voor de kwaliteit van zijn leefmilieu, aangezien vervuiling van aquatische milieus een aanzienlijke impact kan hebben op zijn voedselbronnen.
De achteruitgang van zijn habitat, zoals het verdwijnen van wetlands en het vervangen van natuurlijke oevers door kunstmatige oevers, zijn andere factoren die de ijsvogel bedreigen.
Om deze soort te bevorderen:
- Behoud de kwaliteit van waterlopen en rustig water.
- Behoud bestaande nestplaatsen.
- Behoud oevervegetatie zoals riet en struiken, aangezien die als uitkijkplek dienen.
- Behoud natuurlijke oevers, vooral die van een zekere hoogte.
- Behoud een hoge biomassa aan kleine vissen.
- Voorzie waar mogelijk kunstmatige nestwanden.


Verplichtingen, verboden... Wat zegt de wet?
Het is verboden om:
- Wilde dieren te vangen, houden of vervoeren.
- Wilde vogels te storen tijdens de nestperiode.
- Hun nesten en eieren te vernietigen, te beschadigen of te verwijderen.
Natura 2000-doelsoort
Kwantitatieve en kwalitatieve behoudsdoelstellingen worden vastgesteld voor elke soort van regionaal of gemeenschappelijk belang die aanwezig is in de Natura 2000-gebieden van het Brussels Gewest.
SBZ I : Zoniënwoud en vallei van de Woluwe
Kwantitatieve doelstellingen
- Behoud van minimum 4 broedkoppels in SBZ I.
Kwalitatieve doelstellingen
- Behoud of herstel van geschikte rust-, foerageer- en voortplantingsgebieden, rekening houdend met de ecologische vereisten van de soort;
- Zie instandhoudingsdoelstellingen voor de habitats 6430 en 91E0.
SBZ II : Bossen en open gebieden in Ukkel
Kwantitatieve doelstellingen
- Behoud of herstel van minstens 1 broedkoppel in de SBZ II.
- Verwezenlijking van minimaal 5 mogelijke voortplantingsgebieden aan de oevers van waterlopen en waterpunten in de SBZ.
Kwalitatieve doelstellingen
- Behoud of herstel van geschikte rust-, foerageer- en voortplantingsgebieden van de soort, rekening houdend met de ecologische vereisten van de soort.
- Zie instandhoudingsdoelstellingen betreffende de habitats 6430 en 91E0.
SBZ III : Bossen en vochtige gebieden van de Molenbeekvallei
Kwantitatieve doelstellingen
- Zorgen voor minstens 1 broedkoppel in SBZ III.
Kwalitatieve doelstellingen
- Behoud of herstel van geschikte rust-, foerageer- en voortplantingsgebieden, rekening houdend met de ecologische vereisten van de soort.
- Zie instandhoudingsdoelstellingen voor de habitats 3150, 6430 en 91E0.
Gerelateerde soortenfiches
Prooien: kleine vissen, amfibieën, gammaridae (kreeftachtigen), bootsmannetjes (insecten) ...
Predatoren: valken, sperwers, vossen, ratten ...