Afstand tussen rijen:
- Hoogstam: 10 m
- Halfstam: 5 m
- Laagstam: 4 m
Afstand in de rijen:
- Hoogstam: 10 m
- Halfstam: 5 m
- Laagstam: 2 m
Fruitbomen, een gedeeld plezier met de natuur !
Traditionele boomgaarden zijn erg populair bij bestuivers, vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren, die dol zijn op hun bloemen, fruit en holtes. Appels, peren, pruimen of kersen ? Kweek uw eigen boomgaard, help de natuur en laat het smaken !
Terwijl ze ooit het landschap van het platteland markeerden, spelen boomgaarden vandaag de dag een structurerende rol in de natuurgebieden van onze regio. Ze verbinden groene ruimtes met elkaar, worden zeer gewaardeerd door dieren en zorgen ervoor dat we lokaal voedsel kunnen produceren !
Een boomgaard is per definitie een gebied waar verschillende fruitbomen bij elkaar staan zonder dat het er 'bebost' uitziet. U hebt genoeg ruimte nodig voor een tiental bomen, die ver genoeg uit elkaar staan om voldoende lucht en zon te krijgen. Reken dus op minstens een paar honderd vierkante meter.
De exacte oppervlakte hangt af van verschillende factoren: het gewenste aantal bomen, de grootte van de bomen wanneer ze volgroeid zijn (hoogstam, halfstam, laagstam), de indeling van de planten en de aanbevolen afstand tussen de bomen om ziektes te voorkomen (verschillend per variëteit).
Ontdek welke fruitbomen bij u en bij uw terrein passen via onze portaalsite!
Ga na welke soorten en variëteiten u wenst:
Onthoud dat sommige fruitbomen wel 100 jaar oud kunnen worden: het is een investering op lange termijn!
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen soorten (bijv. appelboom, perenboom, pruimenboom, enz.) en variëteiten of cultivars van eenzelfde soort, d.w.z. de verschillende vormen van dezelfde vrucht (bijv. Granny Smith en Jonagold zijn appelvariëteiten). Zo maakte het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Gembloux een lijst met meer dan 1.200 variëteiten van appels, 1.000 van peren, 200 van kersen, 350 van pruimen en 70 van perziken.
Plan de indeling van de bomen op het terrein op basis van hun hoogte en omvang als ze volgroeid zijn, evenals hun specifieke behoeften (blootstelling aan zonlicht, bodemtype, enz.).
Productieboomgaarden bestaan traditioneel uit parallelle lijnen, idealiter noord-zuid gericht. In groene ruimten kunnen de indelingen meer organische vormen aannemen.
Plant bijvoorbeeld in verspringende rijen met een afstand van 1,2 keer de diameter van de volwassen boom.
Houd rekening met toegangswegen en eventuele wettelijke beperkingen, zoals afstanden tot gemeenschappelijke grenzen (2 meter).
Vergeet de nodige afstanden tussen de bomen niet: boomgaarden moeten voldoende lucht kunnen krijgen en de bomen mogen elkaar niet raken. Voldoende afstand zorgt ervoor dat licht kan doordringen, lucht kan circuleren, ziektes worden beperkt en de ecologische waarde van de onderste laag behouden blijft.
Op grote terreinen, met name terreinen die begraasd worden, is het beter om de variëteiten die op hetzelfde moment vruchten geven te groeperen, maar varieer de variëteiten en soorten om ziektes te voorkomen.
Afstand tussen rijen:
Afstand in de rijen:
Afstand tussen rijen:
Afstand in de rijen:
Afstand tussen rijen:
Afstand in de rijen :
Afstand tussen rijen:
Afstand in de rijen:
Afstand tussen rijen:
Afstand in de rijen:
Zoals bij elke beplanting is kiezen voor gezonde planten van hoge kwaliteit een belangrijke garantie voor succes.
Boomgaarden met oude hoogstambomen zijn belangrijk voor heel wat soorten. In hun spleten leven allerlei soorten, zoals vleermuizenkolonies of nesten van uilen. Jammer genoeg worden deze oude of dode bomen vaak gekapt en vervangen door jongere en productievere bomen.
hebt u uw planten al maar gaat u ze niet onmiddellijk in de grond zetten?
Wikkel de wortels maximaal twee dagen in een vochtige doek of zet ze in een wachtbed: bedek de wortels met vochtige aarde en bewaar ze op een beschutte plek voor u ze definitief gaat planten, ten laatste tot maart.
Stel de wortels niet bloot aan vorst, wind of zonlicht.
Uiteraard hebt u ook wat materiaal nodig om klassieke fruitbomen te planten. Denk bijvoorbeeld aan een spade, een kruiwagen of dekzeilen om de aarde te bewaren, maar ook touwen of een landmeter om de afstand tussen de bomen te meten.
Plaats palen als visuele markering zodra u een gat hebt gegraven en gebruik hiervoor een plantplank: dat is een stevige plank van 2,5 meter lang met een inkeping van 5 cm in het midden (waar de boomstam komt te staan als het gat gegraven is) en een inkeping van ongeveer 2 cm aan elk uiteinde. Plaats de centrale inkeping in het midden van het toekomstige gat en duw stokken in de grond door de twee kleinere inkepingen.
Plaats eventueel een mandje van gaas tegen knaagdieren tegen de wanden in het gat en zet de opbindstok mooi in het midden. Het is normaal dat het mandje ver boven de grond uitsteekt. Als u klaar bent met planten, moet u het nog omplooien.
Sla een stevige opbindstok (eik of gewone acacia, ongeveer 10 cm diameter) van minstens 70 cm in de uitgegraven put, recht op de overheersende wind (zuidwest). Gebruik de markeringen en palen rond het gat om de plantplank te leggen en de positie van de opbindstok te bepalen.
Wordt het terrein mechanisch gemaaid ? Gebruik dan twee fijne opbindstokken op 50 cm van de stam, en plaats ze in een west-oost-as. Maak de boom vast met behulp van twee soepele banden (1 cm speling aan beide kanten van de stam).
Laat de kluit 30 minuten voor het planten in water weken. Als u met blote wortels plant, moet u ze pralineren: laat ze weken in 1/3 water, 1/3 klei en 1/3 rijpe compost.
Bij blote wortels (als de boom die u gaat planten geen kluit heeft) vormt u een kegel op de bodem van het gat met de mengeling van aarde en compost zodat de hals of – als dat er is – het entpunt zich 10 tot 20 cm boven de oppervlakte bevindt. Deze delen mogen nooit worden begraven of bedekt met haksel.
Bij bomen in potten zijn de wortels vaak in een wrong gedraaid. Haal ze uit elkaar zonder ze te beschadigen.
Bereid de wortels voor, d.w.z. snijd eventuele beschadigde of gedraaide delen af met een schone snoeischaar die u tussen de verschillende bomen desinfecteert.
Tegen knaagdieren (veldmuizen, woelmuizen ...): plaats een mandje in gaas rond de kluit. Voorzie een mandje met een diameter van :
Het mandje kan worden gemaakt van gaas (zoals voor een kippenhok) van 1 m (max. 1,5 m) breed. Om de lengte van het te knippen gaas te berekenen (met een snijtang), vermenigvuldigt u de diameter van het gat met 3,14. Vorm een cilinder en vouw deze om zodat hij de bodem van het gat bedekt en een mandje vormt.
Jonge bomen kunnen ook verbranden in de zon. Dat kunt u vermijden door ze te beschermen met rietmatten of jute.
Goed zorgen voor jonge aanplantingen is een garantie op succes. Als u de bomen aan hun lot overlaat, hebben ze het erg moeilijk om zich te vestigen en zullen ze te lijden hebben onder de grillen van het weer of aanvallen van ongedierte. Waakzaamheid is dus geboden gedurende de eerste twee of drie jaar.
De boomgaard kan al snel een hotspot voor biodiversiteit worden. Naast de fruitbomen die er worden geplant, kan er een heus ecosysteem ontstaan.