Over Renature Brussel Contact
nl
Een initiatief vanLeefmilieu Brussel

Bunzing Mustela putorius

Ontdek dit in het Brussels Gewest aanwezige zoogdier.

Een bunzing in een bos.

Belangrijkste kenmerken

Latijnse naam Mustela putorius
Familie Mustelidae
Subgroep Marterachtigen
Landschap Plattelandsstad • Waterstad • Bosstad
Beschermingsstatus Volledig beschermde soort • Soort van gewestelijk belang
Strikte bescherming beperkt tot parken, bossen, groene zones en gebieden met hoge biologische waarde (Bijlage II.3.A, Natuurordonnantie) ; Soort van gewestelijk belang (Bijlage II.4.A, Natuurordonnantie)
Conserveringsstatus Status in Wallonië: Geringe zorg
Oorsprong Inheems
Grootte 30 tot 50 cm
Zeldzaamheid, overvloed Zeldzaam
Gewicht 300 tot 1800 g
Levensduur 3 tot 5 jaren

Observeren, determineren, ontdekken

De bunzing is een klein, nachtelijk en onopvallend zoogdier. Deze carnivoor komt over het algemeen voor in beboste gebieden, weilanden en vochtige gebieden. 

Herkenbaar aan zijn langwerpige lichaam en donkerbruine vacht met karakteristieke witte aftekeningen op het gezicht, heeft hij de reputatie stinkend te zijn door de onaangename geur die hij kan afscheiden als hij schrikt. 

De bunzing speelt een belangrijke ecologische rol omdat hij de populatie van knaagdieren onder controle houdt.

De bunzing is bijzonder mobiel, legt lange afstanden af om te jagen en wordt helaas vaak overreden.

Foto van een Europese bunzing steekt zijn kop in een oude boomstronk.
Bunzing © Mark Zekhuis, Saxifraga

Raadpleeg de kaart met Natura 2000-gebieden


Biologische cyclus

  • Zichtbaarheid: januari tot december
  • Voortplanting: maart to augustus
  • Juveniel stadium: mei tot augustus
Zichtbaarheid : Januari -
Voortplanting : Maart - September
Juvenielen : Mei - September

Na een draagtijd van ongeveer 6 weken werpt het vrouwtje 4 tot 10 jongen in een hol. Rond de leeftijd van 3 maanden beginnen de jongen zelfstandig te worden en gaan de families uiteen.

Als de jongen vroegtijdig sterven, is er soms een tweede worp. Jonge vrouwtjes bezetten
vaak het woongebied van de moeder of blijven in de omgeving, terwijl jonge mannetjes uit het ouderlijk
territorium verdreven worden.

Risico’s op verwarring

Wist u dat?

De fret is een gedomesticeerde bunzing en het beroemde Looney Tunes figuurtje Pepe Le Pew, een stinkdier, is een verre neef van de bunzing.

Rol in het ecosysteem

Voeding Predator
Voedingsspecialisatie Gespecialiseerd
De bunzing voedt zich voornamelijk met amfibieën, kleine zoogdieren en vogels en hun eieren.
Voortplantingsplaats Holen • In holen levend • Steenslag • Dood hout • Gebouwen
Alle soorten droge plekken (stronken, oude holen, braamstruiken, houtstapels, hooibalen, schuren, tuinhuisjes, enz.)
Biotoop Waterkant • Haag • Bosrand • Grasland • Bermen en hellingen • Natte zone
Typische bewoner van coulisselandschappen met vijvers en een zeer diverse vegetatie.
Verwarringsgevaar De fret, de Amerikaanse nerts, de steenmarter, de boommarter

Beheren en onthalen

Als volwassen dieren leven zij solitair, waarbij het territorium van 1 mannetje overlapt met dat van 1 of enkele vrouwtjes. 

Het leefgebied van een bunzingmannetje kan 3-4 km breed zijn, maar waarbij ze vaak steeds wisselende delen van het gebied intensief gebruiken.

Tijdens de paartijd in maart tot mei onderneemt het mannetje lange tochten, op zoek naar een vrouwtje.

Om deze soort te bevorderen:

  • Zorgen voor een coulisselandschap met hagen, een vijver, wild gelaten hoeken.
  • Zorgen voor natuurlijke schuilplaatsen door holle boomstammen, braamstruiken, stapels takken te laten staan of door een schuilplaats te bouwen met een stapel hout bedekt met hooi of gemaaid gras.
  • Wildoversteekplaatsen aanleggen langs wegen.
  • Het gebruik van rodenticiden vermijden.
Een bunzing in een bos.
Bunzing © Mark Zekhuis, Saxifraga

Natura 2000-doelsoort

Er worden kwantitatieve en kwalitatieve instandhoudingsdoelstellingen bepaald voor elke soort van gewestelijk of communautair belang die aanwezig is in Natura 2000-gebieden in het Brussels Gewest.

SBZ 1 : Zoniënwoud en Woluwedal

Kwantitatieve doelstellingen

  • Minimaal, behoud van de bestaande populatie.
  • indien mogelijk, ontwikkeling van populaties.

Kwalitatieve doelstellingen

  • Geleidelijke totstandbrenging van een kwalitatieve verbetering van de habitat van de soort door behoud en herstel van een gevarieerd landschap met bosgebieden en bosranden, evenals stedelijke biotopen, inclusief gazons, en lineaire landschapselementen.
  • Realisatie van een netwerk van voor de soort gunstige habitats in SBZ I.
  • vgl. instandhoudingsdoelstellingen met betrekking tot habitats 6510, 6430, 9160 en 91E0.

SBZ 3 : Bossen en vochtige gebieden van Jette en Ganshoren

Kwantitatieve doelstellingen

  • Minimaal, behoud van de bestaande populatie.
  • indien mogelijk, ontwikkeling van populaties.

Kwalitatieve doelstellingen

  • Geleidelijke totstandbrenging van een kwalitatieve verbetering van de habitat van de soort door behoud en herstel van een gevarieerd landschap met bosgebieden en bosranden, evenals stedelijke biotopen, inclusief gazons, en lineaire landschapselementen.
  • Realisatie van een netwerk van voor de soort gunstige habitats in SBZ 3.
  • vgl. instandhoudingsdoelstellingen met betrekking tot habitats 6510, 6430, 9160 en 91E0

Lees meer

Gerelateerde soortenfiches

  • Prooi : Kikkers, padden, konijnen, ratten, muizen, vogels en eieren