
Belangrijkste kenmerken
Strikte bescherming beperkt tot parken, bossen, groene zones en gebieden met hoge biologische waarde (Bijlage II.3.A, Natuurordonnantie) ; Soort van gewestelijk belang (Bijlage II.4.A, Natuurordonnantie)
Observeren, determineren, ontdekken
De bunzing is een klein, nachtelijk en onopvallend zoogdier. Deze carnivoor komt over het algemeen voor in beboste gebieden, weilanden en vochtige gebieden.
Herkenbaar aan zijn langwerpige lichaam en donkerbruine vacht met karakteristieke witte aftekeningen op het gezicht, heeft hij de reputatie stinkend te zijn door de onaangename geur die hij kan afscheiden als hij schrikt.
De bunzing speelt een belangrijke ecologische rol omdat hij de populatie van knaagdieren onder controle houdt.
De bunzing is bijzonder mobiel, legt lange afstanden af om te jagen en wordt helaas vaak overreden.

Raadpleeg de kaart met Natura 2000-gebieden
Biologische cyclus
- Zichtbaarheid: januari tot december
- Voortplanting: maart to augustus
- Juveniel stadium: mei tot augustus
Na een draagtijd van ongeveer 6 weken werpt het vrouwtje 4 tot 10 jongen in een hol. Rond de leeftijd van 3 maanden beginnen de jongen zelfstandig te worden en gaan de families uiteen.
Als de jongen vroegtijdig sterven, is er soms een tweede worp. Jonge vrouwtjes bezetten
vaak het woongebied van de moeder of blijven in de omgeving, terwijl jonge mannetjes uit het ouderlijk
territorium verdreven worden.
Risico’s op verwarring
De fret is een gedomesticeerde bunzing en het beroemde Looney Tunes figuurtje Pepe Le Pew, een stinkdier, is een verre neef van de bunzing.
Rol in het ecosysteem
De bunzing voedt zich voornamelijk met amfibieën, kleine zoogdieren en vogels en hun eieren.
Alle soorten droge plekken (stronken, oude holen, braamstruiken, houtstapels, hooibalen, schuren, tuinhuisjes, enz.)
Typische bewoner van coulisselandschappen met vijvers en een zeer diverse vegetatie.
Beheren en onthalen
Als volwassen dieren leven zij solitair, waarbij het territorium van 1 mannetje overlapt met dat van 1 of enkele vrouwtjes.
Het leefgebied van een bunzingmannetje kan 3-4 km breed zijn, maar waarbij ze vaak steeds wisselende delen van het gebied intensief gebruiken.
Tijdens de paartijd in maart tot mei onderneemt het mannetje lange tochten, op zoek naar een vrouwtje.
Om deze soort te bevorderen:
- Zorgen voor een coulisselandschap met hagen, een vijver, wild gelaten hoeken.
- Zorgen voor natuurlijke schuilplaatsen door holle boomstammen, braamstruiken, stapels takken te laten staan of door een schuilplaats te bouwen met een stapel hout bedekt met hooi of gemaaid gras.
- Wildoversteekplaatsen aanleggen langs wegen.
- Het gebruik van rodenticiden vermijden.

Natura 2000-doelsoort
Er worden kwantitatieve en kwalitatieve instandhoudingsdoelstellingen bepaald voor elke soort van gewestelijk of communautair belang die aanwezig is in Natura 2000-gebieden in het Brussels Gewest.
SBZ 1 : Zoniënwoud en Woluwedal
Kwantitatieve doelstellingen
- Minimaal, behoud van de bestaande populatie.
- indien mogelijk, ontwikkeling van populaties.
Kwalitatieve doelstellingen
- Geleidelijke totstandbrenging van een kwalitatieve verbetering van de habitat van de soort door behoud en herstel van een gevarieerd landschap met bosgebieden en bosranden, evenals stedelijke biotopen, inclusief gazons, en lineaire landschapselementen.
- Realisatie van een netwerk van voor de soort gunstige habitats in SBZ I.
- vgl. instandhoudingsdoelstellingen met betrekking tot habitats 6510, 6430, 9160 en 91E0.
SBZ 3 : Bossen en vochtige gebieden van Jette en Ganshoren
Kwantitatieve doelstellingen
- Minimaal, behoud van de bestaande populatie.
- indien mogelijk, ontwikkeling van populaties.
Kwalitatieve doelstellingen
- Geleidelijke totstandbrenging van een kwalitatieve verbetering van de habitat van de soort door behoud en herstel van een gevarieerd landschap met bosgebieden en bosranden, evenals stedelijke biotopen, inclusief gazons, en lineaire landschapselementen.
- Realisatie van een netwerk van voor de soort gunstige habitats in SBZ 3.
- vgl. instandhoudingsdoelstellingen met betrekking tot habitats 6510, 6430, 9160 en 91E0
Lees meer
Gerelateerde soortenfiches
- Prooi : Kikkers, padden, konijnen, ratten, muizen, vogels en eieren